dinsdag 7 december 2010

Zorg dat je erbovenop zit met Google alerts

De laatste tijd heb ik vele malen de vraag gekregen wat ‘dat Sales 2.0’ dan precies is. En wat men zich dan daarbij moet voorstellen. Nu zal ik de vraag wat Sales 2.0 allemaal is later beantwoorden. Maar laat me beginnen met wat voorbeelden.

Zo zal ik de komende tijd wat voorbeelden gaan behandelen van ‘zaken’ die typisch Web 2.0 zijn en hoe en waarom deze toe te passen in sales. Vandaag: Google Alerts.Er wordt op Internet heel erg veel geschreven en gepubliceerd. Nu is het wel handig als je weet wanneer en iets over een bepaald onderwerp verschijnt. Bijvoorbeeld over ‘jezelf’ of over jouw bedrijf.

Google biedt de mogelijkheid van een alert service die automatisch in de gaten houdt of er iets wordt gepubliceerd op Internet dat aan jouw vooraf opgegeven criteria voldoet. Handig om zo in de gaten te houden of,wanneer, door wie en wat er over een bepaald onderwerp wordt gepubliceerd.

Zo kun je bijhouden wat er over jezelf wordt geschreven. Dat doe je door je eigen naam op te geven als criterium bij Google Alerts.

Maar zo kun je ook bijhouden wat er over jouw bedrijf en/of producten wordt geschreven. Of nog mooier: over je (potentiële) klanten!

Een Alert stel je heel simpel in via Google Alerts door de

donderdag 2 december 2010

Uitvinding verandert papier in e-reader

30-11-2010
Onderzoekers van de Universiteit van Cincinnati werken aan techniek waardoor een velletje papier kan veranderen in een goedkope e-reader waarop ook bijvoorbeeld video’s kunnen worden afgespeeld.

Andrew Steckl legt de techniek uit aan Digitaltrends.com nadat een aantal media er vorige week over berichtte.

Met een techniek genaamd electrowetting wordt de houding van papier veranderd en kunnen bijvoorbeeld video’s op een simpel A4’tje worden afgespeeld. Bovendien kan het papier door elektriciteit ‘toe te voegen’ dezelfde functionaliteit krijgen als een e-reader.

Wegwerp e-reader
De techniek kan vooralsnog alleen gebruikt worden op glas, maar wanneer de ook papier door middel van electrowetting bewerkt kan worden, zou een simpel velletje papier dus een aantal dagen kunnen worden gebruikt als e-reader.

Wanneer de betreffende persoon klaar is met lezen of het papier begint te slijten, kan het velletje weggegooid worden omdat papier weinig kost, aldus de onderzoekers. Ook is het gebruik van papier milieuvriendelijker.

Goedkoop en uitgebreid
“Niets is beter geschikt om op te lezen dan papier”, vertelt Steckl tegenover Digitaltrends.com. “We hopen al tijden iets te ontwikkelen dat eruit ziet als papier, maar de functionaliteit heeft van een computer, zoals de mogelijkheid bestanden op te slaan.”

“De techniek waar wij nu mee bezig zijn, lijkt in de buurt te komen. Het zou erg goedkoop en snel zijn en kan bovendien gebruikmaken van kleur”, gaat de onderzoeker verder.

E-Ink
Volgens Steckl is de techniek tot tien keer sneller dan E-Ink, een techniek die gebruikt wordt in veel e-readers. Daarnaast zou het gemakkelijk zijn video’s af te spelen op papier via de techniek, iets waarmee producenten van e-readers vooralsnog worstelen.

De onderzoekers van de universiteit wijzen er echter wel op dat het nog drie tot vijf jaar kan duren voordat ‘e-paper’ beschikbaar zal zijn voor consumenten.

Van: onze NU-collega’s

Rekening 'huilt' indien er niet wordt betaald

Uitgegeven: 30 november 2010 09:50
Laatst gewijzigd: 30 november 2010 09:49

BRUSSEL - Een Belgisch onlineplatform voor freelancers heeft een nieuwe methode ontwikkeld om wanbetalers eraan te herinneren hun rekeningen te betalen.

© Chris HeijmansMet behulp van speciale stickers kunnen ze ervoor zorgen dat hun herinneringsfacturen gaan 'huilen' zodra de ontvanger ze opent. Dat heeft het platform ikki.be dinsdag bekendgemaakt.

Freelancers die zich de komende weken op de website registreren, krijgen een aantal 'huilstickers' opgestuurd die ze op rekeningen kunnen plakken.



Volgens de freelancersorganisatie wordt slechts een op de drie rekeningen in België op tijd betaald.

vrijdag 12 november 2010

ironische column Alexander Klopping over de trend die begon met de Durexonderzoekjes

Emerce column over geinige ANP onderzoekjes
Vroeger voerde ik nog wel eens actie voor het een of ander. Zo konden bezoekers op m’n protestsite FuckingIrritant.nl een petitie tekenen tegen het hardop afspelen van muziek in het openbaar vervoer. Ik stuurde dan een persbericht met ‘scholier’ of ‘student’ in de kop. Ik wist dat journalisten door die woorden getriggerd werden.De krant staat iedere dag vol met ‘geinige onderzoekjes’ (‘helft Nederlanders poetst tanden niet elke dag’). Ik vroeg me af hoe dit soort bullshit in de krant komt, en besloot een willekeurig onderzoeksbureau te bellen. Stel dat ik een onderzoekje wil doen, wat kost dat nou? De verkoper antwoordt en plakt er gelijk achteraan: “Ik zou 500 mensen laten ondervragen, want dat is het minimum dat het ANP hanteert.” Hij doelt op het spelletje dat iedereen kent die in de media- en PR-wereld werkt: je verzint een debiele onderzoeksvraag, laat 500 man antwoorden, en maakt een persberichtje waarin je de resultaten laat duiden door de directeur van je toko. Bij het ANP vreten ze het op, en journalisten zijn blij met een geinig onderzoekje.Toen Youp van ‘t Hek eind oktober een oorlog tegen T-Mobile begon onderzocht Buzzcapture (zo’n dertien in een dozijn bureautje dat sentimentanalyse onder reaguurders en Twitteraars doet) hoe de Duitse belboer besproken werd op internet. Onderzoeksresultaat: negatief (verrassend). Buzzcapture was echter slim genoeg om een persbericht eruit te doen te midden van een perfecte storm van inhakers.Het bedrijf schrijft dat “de vrolijke burgeroorlog van de twitterende cabaretier Youp van ‘t Hek een stevige impact heeft op het online sentiment rond T-Mobile”. Natuurlijk met een quote van de directeur: “Als wij ons beperken tot de sociale media komen we uit op een bedrag tussen de 200.000 en 300.000 euro reputatieschade”. Drie ton! Boem!Iedereen weet dat dat bedrag volledig uit de lucht gegrepen is. Bij Buzzcapture zelf weten ze dat eigenlijk ook wel, maar pogen ze het bedrag te verklaren met marketingpraat: het bedrag zou tot stand zijn gekomen met een “waardebepalingsmodel” voor “online buzz” waaraan een “impactfactor” wordt toegevoegd. Oftewel: bullshit.Maar dat maakt niets uit voor ‘s lands journaille. De ‘2 tot 3 ton reputatieschade’ dook overal in de media op, want welke journalist laat zich door de waarheid tegenhouden als hij kan schrijven over een geinig onderzoekje?Overweegt u zelf ook zo’n bericht? Vergeet dan vooral termen als ‘social media’ en ‘Twitter’ niet.Verscheen eerder hier.stukje opinie naar de mensen toe,

woensdag 27 oktober 2010

Malcolm Gladwell legt zijn vinger op de zere plek

MARS VAN GRUNSVEN
reageer op dit artikel
Liever lui dan activist Sociale media Facebook en sociale verandering

Volgens Malcolm Gladwell zijn sociale media als Facebook en Twitter ontoereikend om sociale verandering te bewerkstelligen. Critici zeggen dat hij er niets van begrijpt.
DE BIJNA 1,3 MILJOEN Facebook-leden van de Save Darfur Coalition ontvingen vorige week allen een persoonlijke e-mail van George Clooney. De acteur was net teruggekeerd van een reis naar het door een burgerconflict geteisterde Soedan, waar hij samen met mensenrechtenactivist John Prendergast met journalisten en beleidsmakers had gesproken om 'de bewustwording te verhogen over het mogelijk massale geweld in de aanloop naar een referendum in Zuid-Soedan'. In het bericht verzoekt Clooney de geadresseerden om 'alsjeblieft een minuut te nemen om een brief te sturen aan president Obama'. De reeds opgestelde brief, die de aangeschreven activist slechts van naam en e-mailadres hoeft te voorzien alvorens hem met een muisklik te versturen, verzoekt de president 'er alles aan te doen om te voorkomen dat in Soedan een oorlog uitbreekt en om een einde te maken aan de crisis in Darfur'. De minuut waar Clooney om vraagt, is ruim genomen: een snelle typer is binnen twintig seconden klaar.
De moderne geëngageerde westerse burger krijgt dagelijks diverse elektronische verzoeken als het bovenstaande. Het heeft geleid tot een vorm van digitaal activisme die critici ook wel clicktivism of slacktivism noemen. Die laatste term, een samenvoeging van de woorden slacker (luilak) en activism, betekent zoveel als het ondersteunen van goede doelen of ageren tegen misstanden zonder daarvoor noemenswaardige inspanningen te hoeven leveren.
In cijfers ziet clicktivisme of slacktivisme er als volgt uit: tot nu toe hebben de 1,3 miljoen Facebook-leden van de Save Darfur Coalition gemiddeld negen dollarcent aan de organisatie gedoneerd. Geconfronteerd met dit niet bijzonder ruimhartige bedrag zei een woordvoerder van Save Darfur tegen het blad Newsweek: 'We baseren iemands waarde voor de beweging niet op de hoogte van donaties. Dit (het Facebook-platform - mvg) is een krachtig mechanisme om het kritische deel van de bevolking te engageren. Ze informeren hun gemeenschap, wonen evenementen bij, doen vrijwilligerswerk. Dat kun je niet meten door naar het kasboek te kijken.'
Dat deed New Yorker-criticus en bestsellerauteur Malcolm Gladwell smalen: 'Met andere woorden, Facebook-activisme is niet succesvol door mensen te motiveren om een echte opoffering te doen, maar door ze te motiveren dingen te doen die mensen doen als ze niet gemotiveerd genoeg zijn om een echte opoffering te doen.'

HET IS NIET de enige makke die het online activisme volgens Gladwell heeft, zo blijkt uit zijn recente, zeer kritische New Yorker-stuk 'Small Change: Why the Revolution Will Not Be Tweeted', waarin hij betoogt dat sociale media niet kunnen voorzien in wat altijd noodzakelijk is geweest om sociale verandering te bewerkstelligen. 'De wereld, zo wordt ons verteld, bevindt zich midden in een revolutie', schrijft Gladwell spottend. 'De nieuwe instrumenten van de sociale media hebben sociaal activisme heruitgevonden. Dankzij Facebook, Twitter en consorten is de traditionele relatie tussen politieke autoriteit en de wil van het volk overhoop gehaald, waardoor de machtelozen makkelijker kunnen samenwerken, coördineren en hun ongenoegen uiten.'
Ter illustratie van die boodschap halen de pleitbezorgers van de sociale media, die Gladwell vergoelijkend solipsisten noemt (mensen die bestaan bij de gratie van hun eigen gedachten), graag de anticommunistische protesten in de lente van 2009 in Moldavië aan - ook wel de Twitter-revolutie genoemd. Een ander veelgenoemd voorbeeld zijn de studentenprotesten later dat jaar in de Iraanse hoofdstad Teheran, die zonder Twitter niet zouden hebben kunnen plaatsvinden. Beide jubelverhalen zijn echter al lang door de werkelijkheid ingehaald, stelt Gladwell. Voor de Twitter-revolutie wijst hij erop dat er destijds nauwelijks Moldaviërs waren met een Twitter-account. Wat betreft de studentenprotesten in Teheran citeert hij de Iraanse journaliste Golnaz Esfandiari, die in Foreign Affairs schreef: 'Het wordt tijd om de rol van Twitter tijdens de gebeurtenissen in Iran recht te zetten. Simpel gezegd: er was geen Twitter-revolutie binnen Iran. Westerse journalisten die geen Iraniërs ter plaatse konden bereiken - of niet de moeite namen die te bereiken? - scrolden simpelweg door de Engelstalige tweets met de tag #iranelection. Onderwijl scheen niemand zich af te vragen waarom mensen die proberen protesten te coördineren in Iran dit in een andere taal zouden doen dan in Farsi.'
Allemaal grandioze grootspraak dus, zoals we dat in het verleden wel vaker hebben gezien wanneer nieuwe communicatiemiddelen hun opmars maakten. Hier citeert Gladwell de historicus Robert Darnton: 'De huidige wonderen van de communicatietechnologie hebben een vals bewustzijn van het verleden gecreëerd - zelfs een notie dat communicatie geen geschiedenis heeft, of van geen enkel belang was voor de komst van de televisie en het internet.'
Maar Gladwell ontwart nog iets in het te grote enthousiasme voor sociale media: we lijken in het Westen te zijn vergeten wat activisme is.

EEN AANSPREKEND voorbeeld van echt activisme vindt Gladwell in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Daarvoor neemt hij de lezer mee naar een koffiehuis in Greensboro, North-Carolina, februari 1960. Vier jonge zwarte studenten hebben plaatsgenomen in het voor blanken bestemde deel van het etablissement. De dapperste van de vier bestelt een kop koffie, en wordt prompt toegesnauwd: 'We bedienen hier geen negers.' Hoewel de situatie steeds dreigender wordt, blijven de vier tot sluitingstijd zitten. De dag erop zijn ze er weer, aangevuld met andere studenten. Nu beginnen de sit-ins zich te verspreiden naar omliggende steden, ondanks de arrestaties, bedreigingen en molestaties door de politie en blanke racisten van de Ku Klux Klan. En ondanks dit overduidelijke gevaar voor lijf en leden blijven meer sympathisanten zich aansluiten - waaronder ook blanken en activisten uit andere delen van het land. E-mail, sms, Facebook of Twitter komt er niet aan te pas.
Wat maakt mensen bereid een dergelijke vorm van activisme te bedrijven? Ideologische overtuiging is niet genoeg, zo concludeerde de Stanford-socioloog Doug Adams uit onderzoek naar risicovol activisme. Doorslaggevend zijn 'sterke onderlinge banden'. De vier studenten in het koffiehuis in Greensboro waren kamergenoten op hun universiteitscampus en hadden hun actie maandenlang voorbereid. De jongeman die als eerste een koffie durfde te bestellen, dankte zijn moed aan de aanwezigheid van zijn drie vrienden. Dit 'sterke-banden'-fenomeen zou een beginsel blijven gedurende de hele burgerrechtenstrijd: wie wilde deelnemen aan een actie of protest moest een lijst van contacten opgeven die al bij de beweging betrokken waren.
Een vergelijkbaar patroon zie je terug bij andere succesvolle bewegingen, schrijft Gladwell. Hij noemt de Rode Brigades in Italië in de jaren zeventig, waarvan zeventig procent van de rekruten al een goede vriend binnen de organisatie had, en de mannen die zich na de Russische inval in Afghanistan bij de moedjahedien aansloten. Zelfs spontaan lijkende revoluties, zoals de Oost-Duitse demonstraties die tot de val van de Berlijnse Muur leidden, kwamen voort uit sterke banden. Hoe meer vrienden men had die kritisch waren over het regime, des te waarschijnlijker was het dat men deelnam aan deze demonstraties.
De platforms die op sociale media als Facebook en Twitter ontstaan, zijn daarentegen opgebouwd rondom 'zwakke banden'. Twitter is immers een manier waarop je mensen kunt volgen (of jou kunt laten volgen) die je juist nooit hebt ontmoet, stelt Gladwell, terwijl Facebook vooral een handig instrument is voor wie op de hoogte wil blijven van het reilen en zeilen van de mensen van wie je dat anders niet zou weten. Vandaar ook dat je op Facebook makkelijk duizend 'vrienden' kunt hebben - iets wat in het echte leven simpelweg niet mogelijk is.
Het tweede belangrijke onderscheidende element dat Gladwell ziet tussen traditioneel activisme en de online variant is dat sociale-mediaplatforms netwerken zijn en derhalve geen hiërarchische structuur kennen, zoals de Amerikaanse burgerrechtenbeweging die bijvoorbeeld wel heel duidelijk had. Martin Luther King stond aan het hoofd, en zijn orders werden via de kerken verspreid. Netwerken hebben daarentegen grote moeite consensus te bereiken (zie ook het oneindig aanpassen van sommige Wikipedia-artikelen) en doelen vast te stellen. Dan wordt strategisch denken, een vereiste om een doel te bereiken, al helemaal lastig. Wat King nodig had in Birmingham, discipline en strategie, zijn dingen die online sociale media nu eenmaal niet kunnen bieden, aldus Gladwell.
Als uitsmijter heeft Gladwell nog enkele alinea's gereserveerd voor Clay Shirky, de New York University-hoogleraar die door velen gezien wordt als de meest gezaghebbende denker over sociale media, en diens boek Here Comes Everybody. Daarin vertelt Shirky een anekdote over ene Evan, een Wall Street-medewerker wiens vriendin haar Sidekick, een prijzige telefoon, in een taxi laat liggen. Als blijkt dat de vinder, een tienermeisje, niet bereid is de telefoon terug te geven, zet Evan een grootscheepse internetcampagne op. Die leidt er uiteindelijk toe dat de politie de vinder arresteert en Evans vriendin haar Sidekick terugkrijgt. Het voorbeeld illustreert volgens Shirky 'het gemak en de snelheid waarmee een groep online kan worden gemobiliseerd voor de goede zaak'. Volgens Gladwell bewijst Shirky vooral dat een wereld die aan elkaar hangt van netwerken en zwakke banden goed is in het helpen van Wall Streeters die hun telefoons willen terugkrijgen van tienermeisjes.

'ONLINE petitions are a sham', schreef Clay Johnson, een IT-specialist die gewerkt heeft voor de politieke campagnes van Howard Dean en Barack Obama, in augustus op zijn blog InfoVegan.com. Volgens Johnson is het de bureaus die de online petities opstellen voornamelijk te doen om e-mailadressen te bemachtigen en mensen op een bepaalde link te laten klikken. Zo wordt immers het geld verdiend.
De commentaren onder Johnsons blogpost waren furieus. Ze zijn echter niet afkomstig van verbouwereerde activisten, maar van e-consultants, reclamemakers, campagnestrategen en e-marketingspecialisten. Kortom, van mensen die hun brood verdienen met het stileren van online uitingen.
Het is de beroepsgroep die de Amerikaanse cultuurcriticus Lee Siegel zou scharen onder de noemer 'elektronische maffia'. Daarmee kreeg Siegel zelf te maken na de publicatie van zijn boek Against the Machine: Being Human in the Age of the Electronic Mob, waarin hij stelde dat 'het internet de westerse cultuur gedegradeerd heeft tot een populariteitscontest waar de middelmaat regeert'. In een interview met De Groene Amsterdammer zei Siegel: 'Er is veel geld in het internet geïnvesteerd, carrières zijn ervan afhankelijk. Wie de zegeningen van het internet in twijfel trekt, wordt weggehoond door de elektronische maffia.'
Weggehoond wordt Gladwell geenszins, maar kritiek op zijn essay krijgt hij wel degelijk. En niet alleen vanuit de te verwachten hoek -denk aan techbloggers als Jonah Lehrer en Alan Rosenblatt of de mensen van Salon.com en Wired.com -, maar even goed van hoogleraren journalistiek en trouwe New Yorker-lezers. Opmerkelijk daarbij is dat de meeste critici geen moeite doen Gladwells twee belangrijkste premisses te weerspreken: dat risicovol activisme sterke banden vereist en dat online netwerken niet over de vereiste hiërarchie beschikken. Daarin kan vrijwel iedereen zich vinden. Het grootste en meest genoemde bezwaar is dat Gladwell scherp onderscheid maakt tussen traditioneel en digitaal activisme, terwijl de twee types elkaar in werkelijkheid aanvullen en overlappen. Activisten, wat hun doel ook is, willen hun boodschap verspreiden en daarvoor gebruiken ze het effectiefste middel dat voorhanden is. Dat kan een stencil, een sit-in of een Facebook-groep zijn, of een combinatie van alle drie.
Daarnaast wordt Gladwell verweten dat hij domweg sociale media niet begrijpt - met als gevolg dat hij een nagenoeg irrelevant standpunt heeft ingenomen. Met een beetje meer kennis van hoe sociale media werken, had Gladwell wellicht geconcludeerd dat de sit-in in Greensboro met de hulp van digitale technologie nog effectiever had kunnen zijn. Zo hadden de zwarte studenten videobeelden van hun slechte behandeling via YouTube en Twitter in real time de hele wereld kunnen rondsturen. En had de befaamde busboycot van Montgomery met behulp van Twitter en geolocatie-technologie niet nog beter georganiseerd kunnen worden?
Wat resteert is Gladwells vaststelling dat we niet meer weten wat activisme is. Je zou ook kunnen vaststellen: we voelen ons in de westerse wereld niet meer geroepen tot risicovol activisme. De dringende noodzaak, zoals de schrijnende onrechtvaardigheid van de segregatie in het Amerika van voor de burgerrechtenbeweging, bestaat niet meer. Toch binden ook in het huidige Amerika elke dag activisten de strijd aan met de status-quo. Denk aan de milieubeweging, de food movement, de anticorporatisten. Zo toog een groep van zo'n 25 mensen op 15 augustus naar een vestiging van Target, de Amerikaanse variant van de Hema. Met band, zangers en dansers voerde de groep midden in de winkel het zelfgeschreven en gechoreografeerde nummer Target Ain't People uit - bij wijze van protest tegen het feit dat Target geld had gedoneerd aan een politicus met radicale antihomostandpunten. Het optreden van deze progressieve flashmob werd gefilmd en via Facebook, Twitter en YouTube verspreid. Voor wat het waard is: sindsdien hebben veel van mijn Brooklynse vrienden niet meer in Target gewinkeld.

HOE DAN OOK, zowel Gladwell als zijn critici lijken te begrijpen dat media nooit meer dan een middel kunnen zijn. Gladwells verdienste is dat hij overenthousiaste pleitbezorgers van sociale media voorhoudt: rustig aan, het is wat het is, meer niet. Siegel verwoordde dat mooi in het eerder aangehaalde Groene-interview: 'Media versterken slechts een cultuur die al bestaat. (...) Uiteindelijk biedt technologie geen oplossing voor de menselijke natuur; het is er slechts een versterking van.'
Dat dit mogelijk geen cultuur is waarin activisme de boventoon voert, toonde onlangs een vriendin van me onbedoeld aan. Op Facebook postte ze: 'Damn! Ongelooflijk... de kracht van het internet!' Daaronder had ze een link geplaatst naar een nieuwsartikel over kledingmerk Gap: dat bleek z'n nieuwe logo weer te hebben verruild voor het oude, nadat consumenten online massaal hun onvrede hadden geuit. 'We hebben de boodschap gehoord', verklaarde een Gap-woordvoerder. 'Voortaan zullen we eerst de online gemeenschap raadplegen.'

zondag 24 oktober 2010

How Much Is a Share on Facebook or Twitter Worth in Sales?

by Matt Rhodes on 23 October, 2010 - 13:57

Every time people share an event from Eventbrite with their friends and contacts in social media or by email, they generate $1.78 in ticket sales. This figure comes from a recent study by the event ticketing site which analysed their user data and how shares in social media and by email tracked back to ticket sales. This is a surprisingly powerful number and shows the growing importance of social shopping – using recommendations in social networks and online communities to influence purchase decisions.

woensdag 20 oktober 2010

We hadden al 'sleutelkinderen' binnenkort: snelwegkinderen

Zelfsturende auto is geschikt voor zevenjarige
Uitgegeven: 19 oktober 2010 17:29
Laatst gewijzigd: 19 oktober 2010 17:29
AMSTERDAM - Ontwerper John Bukasa heeft een conceptwagen bedacht die de familie-auto van de toekomst moet voorstellen. 'The Guardian' heeft veiligheid voorop staan en rijdt volledig zelfstandig.


Het idee achter de wagen, die te zien is op afbeeldingen, is dat ouders er een zevenjarig kind alleen in kunnen laten reizen. Doordat de auto zelf rijdt, kan iedereen in elke toestand veilig getransporteerd worden. Het ontwerp heeft wat weg van de Autonomobile, een zelfsturende conceptwagen van het Amerikaans-Nederlands designduo Mike & Maaike.
De auto kan volgens Yanko Design dankzij speciale wielen alle kanten opdraaien, wat de wagen een zogenomemde 'draaislag' geeft van nul graden. Het is tegelijkertijd de reden waarom de auto geen duidelijke voor- of achterkant heeft. Door dit design en het feit dat het exterieur voornamelijk uit glas bestaat, heeft de chauffeur ook nagenoeg geen last van een dode hoek.




Vermaak
Het interieur bestaat uit zeven zitplaatsen over de lengte: vier voor volwassenen en drie voor kinderen. In het midden staat een multitouch-scherm dat passagiers vermaak kan bieden in de vorm van films en games.
De auto besturen gaat via eenvoudige knoppen. Zo is een druk op 'home' genoeg om de auto naar huis te laten rijden en zorgt integratie met de mobiele telefoon voor de mogelijkheid te reizen naar de verblijfslocaties van contactpersonen.
Toekomst
Zoals bijna elke conceptcar, houdt ook The Guardian rekening met het milieu. In de wielen zitten elektrische motoren die draaien op lithium-batterijen. Het idee van Bukasa is dat de auto rijdt op zowel netstroom als zonne-energie.
De toekomstvisie van de ontwerper zou wel eens werkelijkheid kunnen worden. Sinds de videobeelden van zelfsturende auto's van Google en van de Freie Universität, lijkt deze ontwikkeling de vraag alleen maar te stimuleren.

vrijdag 8 oktober 2010

Interactieve etalage Diesel in Bijenkorf

vrijdag 8 oktober 2010, 9:00


Diesel komt met een interactieve etalage in de Bijenkorf waarbij gebruik wordt gemaakt van thermal imaging.

Bij thermal imaging ontstaan beelden door warmte die vrijkomt. In de Bijenkorf op de hoek bij de Dam, heeft Diesel een spiegel geplaatst die van nog tot 17 oktober te zien is. De spiegel zet de lichaamswarmte van de persoon die ervoor staat om in energie.
Het concept is tot stand gekomen in samenwerking met ChampagneValentine. Diesel staat hierbij letterlijk voor energie (Diesel turns energy into power). De lichaamswarmte van mensen wordt getransformeerd op het scherm, waarbij graphics, sparks en ontbranding toegepast worden. Voorbijgangers worden uitgenodigd om te spelen met hun eigen energie en te kijken naar hoe deze persoonlijke energie zich omzet in beeld.
Naast dit scherm, is er in de etalage een kunstwerk gebouwd, waarbij honderden objecten versmolten zijn en vanuit de diepte naar het licht toe rijzen. Het gaat om objecten zoals speelgoedautootjes, kandelaars, dancing shiva’s, tafeltjes, poppen, bloemen en de eigen producten van Diesel. Dit alles is bedekt met een zilveren coating, die het licht van het scherm weerkaatst. Op de eerste etage van de Bijenkorf (op de Diesel mannenafdeling) is hiervan meer te zien.

dinsdag 31 augustus 2010

Backt to the future met Yahoo? zoekmachine voorspelt' de toekomst

Zoekmachine van Yahoo 'voorspelt' de toekomst
Uitgegeven: 30 augustus 2010 15:41
Laatst gewijzigd: 30 augustus 2010 15:41
AMSTERDAM - Een experimentele zoekmachine van internetgigant Yahoo voorspelt de toekomst. De site doorzoekt een archief met artikelen uit de New York Times op uitspraken over de jaren die voor ons liggen.


© Novum
Time Explorer baseert zich op ruim 1,8 miljoen artikelen van de New York Times uit de periode 1987 tot 2007. De artikelen, waarvan de voorspellingen door middel van jaartallen terug te vinden zijn, geeft Time Explorer in een tijdslijn weer.
Zo zijn voorspellingen uit het verleden terug te vinden om na te gaan of ze zijn uitgekomen, maar kan ook worden bekeken hoe nu over toekomstige ontwikkelingen wordt gedacht.

Twitter
Eerder werd al de start-up Recorded Future gelanceerd, die vergelijkbaar is met Time Explorer. Recorded Future scant informatie afkomstig van duizenden websites, blogs en Twitter-accounts. Het Yahoo-onderzoeksteam in Barcelona gaat ook andere bronnen aan de zoekmachine toevoegen.

dinsdag 24 augustus 2010

Microkrediet ook in Nederland succes

Van onze verslaggeefster Carlijne Vos op 24 augustus '10, 08:45, bijgewerkt 24 augustus '10, 12:20

Prinses Maxima tijdens een campagne om aandacht te vragen voor microkrediet (ANP)
AMSTERDAM - Bij de banken kreeg ondernemer Jeroen van Wieren (51) steevast nul op het rekest. Maar drie weken geleden ging zijn droom dan toch in vervulling. Dankzij een microkrediet van Qredits staat hij nu achter de toonbank van zijn winkel in zoutproducten in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt.
‘Wij kijken niet naar het verleden van mensen, maar naar de potentie van een mooi plan’, zegt directeur Elwin Groenevelt van kredietverstrekker Qredits. Die mooie plannen zijn er genoeg, getuige het succes van de recente Nederlandse microkredietverstrekking. Sinds de oprichting van Qredits, begin 2009, werd aan negenhonderd ondernemers microkrediet verstrekt, ter waarde van 15 miljoen euro – de volledige startsubsidie van het ministerie van Economische Zaken.

Prinses Máxima ondertekent vandaag namens de Raad voor Microfinanciering het contract voor een nieuwe lening aan Qredits van 30 miljoen euro. Deze wordt verstrekt door een combinatie van grootbanken, waarmee Qredits feitelijk al de ambitie heeft waargemaakt op eigen benen te staan. Volgens Groenevelt kunnen met deze financiering de komende twee jaar nog eens 1.500 tot 2.000 ondernemers met een microkrediet op gang worden geholpen.

Onderzoek van de Wereldomroep naar microfinanciering:


Zouthandelaar
Zouthandelaar Van Wieren is een van de recente gelukkigen. Vijf jaar geleden ontkiemde zijn passie voor zout na het gebruik van het zoveelste zoutpotje van het bekende Franse merk Fleur de Sel de Guérande in de keuken waar hij werkte. ‘Ik ontdekte dat er nog een hele wereld vol met zout is. Die kennis wilde ik de Nederlanders niet onthouden.’

Van Wieren begon een webwinkel met zouten en alle mogelijke in zout geconserveerde producten zoals ansjovis, bakkeljauw en kappertjes. Hij verkocht zijn producten op de boerenmarkten in Amsterdam. ‘Het werd groter en groter tot ik besloot dat ik een winkel nodig had’, vertelt Van Wieren. Maar bij de banken werd hij afgestraft voor een oude woekerlening bij de voormalige Dexiabank. ‘Ze vonden me niet kredietwaardig omdat ik negatief genoteerd stond bij het Bureau Krediet Registratie (BKR).’

Bij Qredits vond hij wel gehoor voor zijn plannen en kreeg een lening van 24.500 duizend euro, genoeg om zijn winkel in te richten. Van Wieren denkt de lening in drie tot vier jaar terug te kunnen betalen.

Groot succes
De Nederlandse microfinanciering is tot dusver een groot succes. Slechts acht van de bijna negenhonderd kredietnemers heeft niet aan zijn betalingsverplichtingen kunnen voldoen. ‘Dat is nog minder dan 1 procent’, vertelt Groenevelt trots. Andere ondernemers hebben hun lening zelfs versneld afgelost, binnen een jaar.

Gemiddeld lenen de ondernemers in spe 20.000 euro. Het maximum is gesteld op 35.000 euro. Het gaat volgens Groenevelt om een ‘breed scala’ van kleine ondernemers; hoog- en laagopgeleid, jong en oud. ‘Er zijn veel mensen met plannen voor een winkel of een marktkraam. Maar ook mensen die een schoonheidssalon of rijschool willen beginnen’, aldus Groenevelt.

De startende ondernemers die zich bij Qredits melden, moeten eerder zijn afgewezen door banken. Groenevelt ziet nog een meerwaarde van microkrediet: ‘Je krijgt niet alleen een lening, maar ook hulp bij administratie of marketing. En als het even tegenzin: een coach om je over de dip heen te helpen.’

vrijdag 20 augustus 2010

GeenStijl krijgt ambtenaren aan de Twitterles

Sociale media zorgt er voor dat menig persvoorlichter van de overheid spontaan weer aan het bedplassen is. Tijd voor een spoedcursus dus. Mede dankzij GeenStijl zijn de Amsterdamse ambtenaren deze zomer bloot gesteld aan een heuse sociale media workshop. Gezellig aan de Twitterles met z'n allen. De aanleiding voor de Twitterles is onze berichtgeving2.0 over de metrocrash in Amsterdam in februari en de daarbij behorende Twitterfrenzy. Een mooie gelegenheid om dat eens allemaal te mindmappen en woordwebben in een workshop met een vlotte cursusleidster die het wel begrijpt. Wel je eigen Twitter mee te nemen. En dan nu het rollenspel! Hendrik-Jan van stadsdeel centrum speelt de persvoorlichter, Martine van financiën doet alsof ze ooggetuige is van een ramp in de stad en Gerard van cultuur neemt de rol van ironische blogger op zich. En Gerda is de trol. Haha, lachen met z'n allen, de trol, goede grutjes. Maar even serieus, Gerda, hoe gaat je dieet? Afijn, Twitternazorg doen we op het netwerk van Ambtenaar 2.0, met vlijmscherpe artikelen als "je kunt nu een blog schrijven vanaf je eigen PC". Ja, mensen, de toekomst is definitief gearriveerd. Als u binnenkort Twittert over een ongeluk, fout geparkeerde auto of neerstortend vliegtuig kunt u meteen een @ verwachten van ribbroekambtenaar. Gezellig! Voor de ambtelijke persvoorlichters die vanwege vakantie de workshops moesten missen, alstublieft. Tweet, tweet.

maandag 9 augustus 2010

Literaire prijzen maken weinig indruk op het publiek

Jan Terlouw is in Nederland de schrijver met de sterkste reputatie. Bol.com het sterkste merk van de Nederlandse boekenbranche. Dit blijkt uit onderzoek naar de boekensector door Hendrik Beerda Brand Consultancy, waarvoor 1250 Nederlanders zijn ondervraagd.


Bij een vergelijking van de reputaties van personen en organisaties die actief zijn in de boekensector blijkt bol.com de sterkste positie te hebben. Bruna en De Slegte staan op de tweede en derde positie op de ranglijst van boekverkopers met een sterke naam. Selexyz is slechts bij een klein deel van de bevolking bekend. Bol.com heeft een veel sterkere reputatie dan de Nederlandse schrijvers.
Opvallend is de positie van de Kinderboekenweek. Deze promotieperiode voor het kinderboek heeft zelfs een sterkere naam dan de Boekenweek. Alleen onder hoogopgeleiden is de Boekenweek net iets populairder dan de Kinderboekenweek. De waardering voor de twee andere boekevenementen met nationale bekendheid – het Boekenbal en de Maand van het Spannende Boek – blijkt beperkt te zijn.
Van de tientallen prijzen die de boekensector kent, zijn slechts zeven enigszins bekend bij de Nederlandse bevolking. De Gouden Griffel, die jaarlijks wordt uitgereikt voor het best geschreven kinderboek, is de prijs met de sterkste reputatie. ‘Kennelijk maken activiteiten die zich richten op het lezende kind de meeste indruk, gezien de sterke positie van de Gouden Griffel en de Kinderboekenweek’, aldus merkadviseur Hendrik Beerda.
Uitgeverijen slagen er niet in de top-10 van sterkste merken in de boekensector te bereiken. Kluwer en A.W. Bruna zijn de meest gerenommeerde namen, volgens het onderzoek.

Top-10 van Nederlandse schrijvers met de sterkste reputatie
1. Jan Terlouw
2. Carry Slee
3. Harry Mulisch
4. Maarten ’t Hart
5. Kluun
6. Kees van Kooten
7. Adriaan van Dis
8. Hella S. Haasse
9. Heleen van Royen
10. Paul van Loon

Boekuitgever dumpt print, gaat compleet voor digitaal

Boekuitgever dumpt print, gaat compleet voor digitaal

9 augustus 2010 10:29 - Door Jannemiek Starkenburg



Dalende boekverkopen hebben de Amerikaanse boekuitgever doen besluiten voortaan enkel nog de titels digitaal beschikbaar te maken. De vraag is of andere kleine uitgevers volgen, nu de e-books in opkomst zijn.
Dorchester Publishing, de in 1971 opgerichte Amerikaanse boekuitgever van voornamelijk paperback romans, zet de productie van printuitgaven aan de kant. Voortaan komen de titels alleen nog digitaal uit of via print-on-demand.

De beslissing werd genomen omdat de fysieke boekverkoop het afgelopen jaar met 25 procent daalde. Per maand worden bij de uitgever 25 tot 30 nieuwe titels op de markt gebracht.

Eerder nog liet Amazon CEO Jeff Bezos weten dat er bij zijn bedrijf nu al meer digitale boeken voor de Kindle over de toonbank gaan dan hardcover versies. Hij voorspelt dat binnen een jaar ook de paperbacks het onderspit moeten delven tegen hu digitale broertje. Misschien niet in absolute omzet, maar wel in aantal verkochte boeken.

Nicholas Negroponte gaat zelfs zover de complete ondergang van het fysieke boek en andere papieren uitgaven te voorspellen. Dat zou binnen 5 jaar gebeuren.

Andere partijen voorspellen dan misschien niet de complete teloorgang van het fysieke boek, maar wel een stevige opkomst. Zo voorspellen consultant op het gebied van uitgeven dat de verkoop van digitale boeken 20 tot 25 procent van de aantallen van alle boeken innemen per eind 2012.

De markt van e-books in Nederland is ook sterk in ontwikkelingen. Om de Nederlanders aan de e-reader te krijgen, werken bijvoorbeeld Sony en Bol.com samen. Volgens de GAU, waarbij uitgevers van literatuur, kinderboeken en non-fictie zitten, zet hierbij ook de illegale verspreiding van auteursrechtelijk beschermd werk op. Zij zijn om dit te bestrijden alvast een samenwerking aan gegaan met Brein.

Uitgever Dorchester Publishing hoopt nu te besparen en verwacht een verdubbeling van de groei in digitale boeken in 2011. Sommige klanten van de uitgever overwegen nu wel over te stappen naar andere uitgevers, zo ook Hard Case Crime.

woensdag 4 augustus 2010

Unilever heeft GPS-apparatuur aan een aantal Omo-dozen toegevoegd.

Unilever heeft GPS-apparatuur aan een aantal Omo-dozen toegevoegd. De gelukkige kopers krijgen, als ze eenmaal thuis zijn, surprises in de vorm van een videocamera en een dagje uit.

Het Brits-Nederlandse bedrijf heeft de actie momenteel alleen uitgezet in Brazilië. Vijftig Omo-dozen, gedistribueerd naar winkels over het het hele land, zijn voorzien van GPS-apparatuur en stellen Omo in staat om klanten tot achter hun deurdrempel te volgen.

Bovenstaand: hoe promotiebureau Bullet de marketingactie uitwerkte

35 Omo-teams zijn aangesteld om de ‘gelukkige’ consument vervolgens thuis te verrassen. Met de benodigde locatiegegevens bellen ze aan bij de koper en verrassen deze met twee prijzen: een videocamera en een dagje uit, met de familie.
Out-of-the-box

Een Omo-team kan ook, als de koper nog onderweg is naar huis, een buzzer activeren binnen de doos. Of de Brazilianen ook blij zijn met een laatste toegift van Unilever, valt te bezien: van de winnaar wordt op een site een uitgebreide fotoserie getoond, plus een bijgevoegd kaartje waarop hun adres te zien is. Mocht je dan in een favela-achtige wijk wonen, dan hebben je buren een lucratieve videocamera binnen handbereik.

De marketingactie kost Unilever ruim 17 miljoen euro.

dinsdag 13 juli 2010

‘Persbericht nog steeds belangrijke informatiebron voor journalisten’

Het persbericht is nog steeds een belangrijke bron van informatie voor journalisten. Ook bloggers en andere nieuwe media maken veelvuldig gebruik van persberichten. Dit komt naar voren uit een onderzoek onder 215 journalisten en bloggers, uitgevoerd door ANP Pers Support, Marketingfacts, LEWIS PR en Stichting One.


Van de ondervraagden zei 65 procent het persbericht ‘handig’ te vinden. Bijna 40 procent vond het persbericht zelfs ‘onmisbaar’. Of het persbericht wordt gelezen, hangt grotendeels af van het onderwerp van het persbericht en de betrouwbaarheid van de afzender. Ruim 70 procent van de journalisten kopieert wel eens delen van de berichten voor het schrijven van een artikel.

Vier van de vijf respondenten denkt bovendien dat het persbericht nooit zal verdwijnen. Naast de traditionele persberichten, werden ook social media releases en videopersberichten meegenomen in het onderzoek. 55 procent van de respondenten gaf aan bekend te zijn met social media releases, een combinatie van tekst, foto, video en social media links. Van hen ontvangt tweederde ze ook daadwerkelijk wel eens en in 72 procent van de gevallen wordt er inhoudelijk ook wat met het bericht gedaan.

Slechts een kwart van de journalisten ontvangt wel eens losse videopersberichten. Videopersberichten zijn een mooie tool, maar behoorlijk arbeidsintensief. Bovendien is lang niet elk nieuwsonderwerp geschikt voor een videopersbericht. De inhoud van videopersberichten wordt minder vaak gebruikt dan die van ‘gewone’ of social media releases. Steeds vaker worden videopersberichten dan ook onderdeel van een social media release.



anp, lewis pr, marketingfacts, persbericht, social media release, stichting one

maandag 12 juli 2010

Dat is pas beleving!

Zelf je Corvette-blok in elkaar sleutelen? Het kan!
Gepost op 12-07-2010 om 18:32 door Vincent van B in Chevrolet, Corvette, GM | 52 Reacties »

Bij steeds meer merken kun je de nieuwe auto bij de fabriek ophalen. Op deze ontwikkeling borduurt GM voort: kopers van een nieuwe Chevrolet Corvette Z06 of ZR1 kunnen vanaf modeljaar 2011 de optie aanvinken de V8 zelf in elkaar te komen zetten. En nu hoor ik je denken: dat levert vast een flinke korting op…

Dat is nog eens indruk maken aan de borreltafel. “Mooi is ‘ie hè? Die Chevrolet ((zo goed?)) Corvette daar op de oprijlaan. En weet je wat nou het leuke is? Ik heb die V8 zelf in elkaar gezet en erin gehangen!” En als je dan toch aan het patsen bent, roep dan meteen dat het geintje je 5.800 dollar (ex. vlucht, verblijf en burgers) extra heeft gekost, want nee, deze optie biedt Chevrolet niet gratis aan.
Voor die dikke 4.600 euro krijg je wel wat leuks. Je bent welkom om in Chevrolets Performance Build Center (PBC) in Wixom, Michigan om daar samen met een professional het nieuwe LS7 of LS9 V8-blok in elkaar te zetten, in de auto te hangen en te voorzien van een persoonlijk typeplaatje. Ook voor de technisch iets minder bedeelden is het de moeite waard, want na deze ervaring weet je een stuk beter hoe ze dat nou toch doen, een motortje bouwen en erin lepelen.
Het is wel waarschijnlijk dat je niet in een kwartiertje klaar bent. Duurt wel even hoor, zo’n aggregaat klussen. Kijk maar naar de timelap hieronder (via: Autoblog.com)

Affilinet: 63% Nederlanders deelt online aanbiedingen

Affilinet: 63% Nederlanders deelt online aanbiedingen
olaf1965 July 9th, 2010
63 Procent van de Nederlandse online actieve consumenten deelt online aanbiedingen met vrienden en familie. Nederlanders, Duitsers, Britten en Spanjaarden delen het vaakst online aanbiedingen. Het Europese gemiddelde ligt op ruim 70 procent.

Spanjaarden scoren het hoogst: maar liefst 94 procent van hen deelt aanbiedingen op internet met vrienden en familie. Ze worden gevolgd door de Britten met 77 procent en de Duitsers met 73 procent. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van affilinet in Nederland, Groot-Brittannië, Spanje en Frankrijk. Het onderzoek is uitgevoerd in juni 2010, onder 2.566 respondenten.

Nederlandse consumenten staan het meest open voor online advertenties. Twaalf procent verklaart op basis van deze advertenties aankopen te doen. Van alle respondenten zijn de Nederlanders het minst beïnvloedbaar door kortingscodes. 74 procent van de Nederlandse respondenten zegt dat vouchercodes geen effect hebben op hun houding ten opzichte van een merk.

Bas Rogaar, Country Manager Nederland bij affilinet, stelt dat er een duidelijke trend waarneembaar is dat door het gebruik van sociale media mensen meer geneigd zijn om naast informatie en entertainment ook aanbiedingen en kortingsacties te delen.

affilinet is actief in affiliate-marketing metvestigingen in Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Nederland. In Europa maken rond de 1.500 bedrijven (adverteerders) gebruik van de diensten van affilinet, naast ongeveer vierhonderdduizend website-eigenaren (publishers).

donderdag 10 juni 2010

Folders nog veel gelezen en hoog gewaardeerd

vrijdag 4 juni 2010 11:30
Folders worden door de helft van de ontvangers gelezen. Dat blijkt uit een onderzoek van Thuis Binnen Bereik van de DDMA Businessgroep Verspreidingen. Driekwart van de lezers staat positief tegenover de ongeadresseerde folders.

Er zijn specifieke redenen waarom mensen het reclamewerk lezen. Veertig procent van de respondenten geeft aan dat ze de folders lezen voor de speciale aanbiedingen. Toch geeft twintig procent aan ze alleen maar te lezen ter ontspanning. De onderzoekers stellen dat het medium een hoge respons heeft met 27 procent op de gemeten reclamefolders. Uiteindelijk ging zeventien procent over tot een aankoop. Deze percentages liggen hoger dan voorgaande jaren.

In ruim driekwart van de huishoudens die geen brievenbussticker heeft wordt de folder door minimaal twee personen bekeken of gelezen. In 2009 besteedden ze er maar liefst gemiddeld 43 minuten per week aan. In 2007 lag het nog op 36 minuten. De ontvangers zijn dan ook zeer tevreden over het medium: ruim zeven op de tien personen gaven aan een sterke binding te hebben met het ongeadresseerde drukwerk. Vrouwen waarderen de folder hoger dan mannen, met respectievelijk 7,5 en 7,1 procent. Driekwart van de vrouwen zou de folder missen als deze niet meer bezorgd zou worden.

Retailers versturen de meeste folders. Tweederde van de reclame wordt verstuurd door meubels, voedingsmiddelen, supermarkten, warenhuizen, kleding en drogisterijen.

Auteur: Redactie ITcommercie
Bron: ITcommercie

50.000 e-readers verkocht in Nederland

E-readers gaan nog niet als zoete broodjes over de toonbank, maar er zit groei in. Ook het aantal verkochte e-books per klant groeit langzaam.

In de afgelopen acht maanden zijn er 50.000 e-readers verkocht. Het aantal e-books dat dit jaar is verkocht, beloopt 100.000. Dat zegt onderzoeksbureau GfK.

Gemiddeld werden er per reader vier e-books betaald gedownload tot en met 30 april. Een paar maanden geleden meldde GfK dat dat gemiddelde nog op drie e-books per e-reader lag.

De gemiddelde prijs van een e-book was 11 euro. Volgens GfK is de gemiddelde prijs van een papieren boek 13 euro. De gemiddelde prijs van een e-reader is 250 euro. Dit jaar zijn er steeds meer stenen winkels begonnen met de verkoop van e-readers.

E-books via andere apparaten
Met de introductie van de iPad en andere apparaten zal de omzetgroei aan e-books alleen maar toenemen, zegt GfK. Eind 2010 zullen er twee maal zoveel e-books zijn verkocht dan e-readers, verwacht het bureau. Naar schatting zullen 250.000 Nederlanders dan over een e-reader beschikken.

GfK signaleert verder een toename in het internetten via smartphones en laptop. Per maand zijn er 100.000 nieuwe aansluitingen op het mobiele internet. Dat doet de consumptie van digitale muziek, games, tv, films en boeken flink stijgen.

maandag 7 juni 2010

eader brands verkopen meer en maken meer winst.

07/06/2010 Leader brands verkopen meer en maken meer winst.

Het meest voor de hand liggende voordeel van leader brands is het schaalvoordeel dat ze hebben bij inkoop en productie. Vaste kosten, zoals die voor het hoofdkantoor, kunnen bovendien verspreid worden over een grotere hoeveelheid verkochte producten of diensten.

Leader brands kunnen vaak de belangrijkste productvoordelen van een markt claimen. Ze staan niet zozeer bekend om één onderscheidend aspect, maar scoren hoog op een paar belangrijke eigenschappen. Leader brands zijn niet zozeer anders dan de anderen, maar ze brengen wel de productvoordelen onderscheidend naar voren.

Leidende merken bouwen sterke brand properties, specifieke elementjes die voor merkherkenning zorgen en de communicatie van de merkgedachte bekrachtigen.
Leader brands staan sterker in de onderhandeling met de steeds machtiger wordende retailers. Consumenten verwachten A-merken in de schappen, dus zijn de retailers erbij gebaat om deze in te kopen.

Voor de nieuwe uitgave van het boek ‘The Brandgym’ heeft bureau the Brandgym 100 leader brands bestudeerd en tot acht typen gedrag gekomen. In Tijdschrift voor Marketing, nummer 6 worden drie typen gedrag besproken:

1. Follow the money
Het meest karakteristieke gedrag van leader brands is de economische focus. Dat wil zeggen dat ze een pragmatische, bottomline benadering hanteren als het om branding gaat en ze het geld en de energie steken in de gebieden waar je met concurrentievoordeel leader brand kunt worden of blijven.
Follow the money betekent dat je ook binnen je belangrijkste merken je energie concentreert. Dat je selectief bent als je naar nieuwe markten wilt uitbreiden. Dus besteed je minder tijd aan merktheorie en meer aan zakelijke kwesties.

2. Blijf je product verbeteren
Leader brands hebben een krachtig kernproduct. Het is de belangrijkste bron van autoriteit en winst waarin ze tijd, energie en geld investeren: voor verdere groei van de business en ter verbetering van het product. Die verbetering is nooit klaar en gaat in grotere en snellere stappen dan die van andere merken.

3. Remember and refresh
Leader brand worden is een uitdaging op zich. Maar het is maar een deel van de strijd. Om voorsprong te houden, moeten leader brands fit blijven en constant hun aanbod verbeteren.
Brand leadership vraagt om evenwichtskunst. Aan de ene kant is het belangrijk dat je onthoudt waar je je roem aan te danken hebt. Maar ook belangrijk is dat je vooruitkijkt naar nieuwe trends, zodat je merk relevant blijft.
Als leader brand is het zaak dat je je kern laat groeien. Dat is geen eenmalige actie, maar behoort tot de continue werkzaamheden. De truc is om golven van vernieuwing door de core business te laten gaan, om vooruitgang te garanderen. En net vóór de core business op een plateau terechtkomt, klaar om weer achteruit te gaan, moet er een nieuwe golf komen.

zaterdag 29 mei 2010

Vergroot de kracht van whitepapers in je marketingmix: 5 succesfactore

Vergroot de kracht van whitepapers in je marketingmix: 5 succesfactoren 1 door Ingrid Archer van spotONvision
Print op donderdag 27 mei 2010 om 08:00 uur
De macht ligt tegenwoordig bij de doelgroep en die doelgroep maakt 24/7 gebruik van het internet om informatie te vinden, ook in de business-to-business. Jouw marketing begint dus al ver voor het eerste contactmoment. Die voor jou onbekende, potentiële klant heeft allang over jouw bedrijf gelezen en gehoord voordat jij het in de gaten hebt. Ook in B2B marketing moeten we dus hard aan onze content werken. Je wilt graag als thought leader gezien worden en het internet biedt volop mogelijkheden.


Een van de krachtige online instrumenten om in te zetten in je content marketing strategie is het whitepaper. Met een whitepaper laat je je doelgroep zien dat je ergens verstand van hebt. In de technologie en de IT al langer gebruikt, maar in andere sectoren nog erg weinig.

Er zijn vele soorten whitepapers in de omloop. Sommige zijn erg informatief en vele anderen ontstijgen het niveau productbrochure niet. Dat is jammer. Whitepapers worden zeker in de technologie als een van de meest effectieve marketingtools gezien. Afgelopen jaar werd geconstateerd in een onderzoek van InformationWeek (2009) dat 93% van de kopers tot 50% van de whitepapers doorgeven aan vakgenoten, dus ook het virale aspect moet je niet onderschatten. En als je niet in de technologie of IT werkt, is het toch eens de moeite te onderzoeken wat je zou kunnen doen om whitepapers in te zetten als lead generatie tool en om jezelf om een slimme manier op de kaart te zetten.

Uitgangspunt is dat je bepaalt hoe het past in je marketingstrategie en dat het niet een ad hoc actie wordt. Bepaal je doelen vooraf.

Hoe maak je nu een whitepaper die succes garandeert?

1. Neem de lezer als uitgangspunt
Waar is jouw doelgroep in geïnteresseerd, wie zijn jouw buyer persona’s? En hoe kun jij een bijdrage leveren aan hun kennisniveau en waarde toevoegen? Wat je dus vooral niet moet doen is je eigen product of diensten als uitgangspunt nemen. Je kunt wel de weg aangeven die naar jou toe leidt, uiteraard moet jouw whitepaper wel gerelateerd zijn aan jouw business.

2. Inhoud die raakt en die authentiek is
En als je dan gaat of laat schrijven, probeer eens met de kennis die al in je organisatie aanwezig is te werken. Of neem een serie interviews met klanten of experts af. Je zult versteld staan van de bereidheid van mensen om over hun vak te praten en al snel zul je een schat aan bruikbare informatie hebben verzameld.

3. Denk goed na over de titel
Een goede titel is het halve werk, om twee redenen. Als de titel kan verleiden is de kans op downloaden en lezen groter en als de titel goed is dan zul je ook de juiste mensen aantrekken. Een titel is dus heel belangrijk, omdat in principe iedereen online jouw whitepaper kan vinden, is het des te moeilijker gevonden te worden door de juiste doelgroep als je titel te algemeen is. Spreek je doelgroep aan met een pakkende en relevante titel! Nuttige tips over het bedenken van een goede whitepapertitel vond ik in deze blogpost.

4. Maak een promotieplan
De creatie, het schrijven en dit alles in een aantrekkelijke lay out gieten is slechts het halve werk. Een goed en nuttig stuk verdient het om verspreid te worden, maar dat verspreiden gaat niet vanzelf. Gelukkig zijn er talloze manieren om een whitepaper te verspreiden online en zelfs ook offline. Soms kan het lonen om het whitepaper een mooi kaftje te geven en bij prospects achter te laten. Uiteraard is een digitale versie veel gemakkelijker en goedkoper te verspreiden en met de opkomst van social media is je bedje gespreid. 

Zet ‘m op je website, verwijs er naar in blogposts, zorg ervoor dat anderen er naar verwijzen, kortom maak een promotieplan waar je alle mogelijke manieren op een rijtje zet. Je kunt ook in je stuk een re-tweet button opnemen.

Feitelijk moet je alles doen om het jouw lezers zo gemakkelijk mogelijk te maken het te verspreiden. In een interview met Michael Stelzner, een van de whitepapergoeroe’s in de VS, gaat hij in 17 minuten onder meer in op de promotie van whitepapers. Wil je iets over whitepapers horen in minder tijd? Ook op de website van spotONvision staat een korte whitepapervideo over het hoe en waarom van whitepapers, maar dan in 2 minuten.

5. Alleen weggeven of iets terugvragen?
Dan is er nog de vraag of je het whitepaper vrij ter beschikking moet stellen of dat je in ruil voor het whitepaper persoonsgegevens vraagt. Voor beide opties is wat te zeggen, maar als je graag concrete leads wilt verzamelen dan zou ik zeggen, geef het eerste hoofdstuk gratis weg. En als men verder wil lezen, vraag dan pas om de gegevens van de aanvrager. Overvraag niet, begin met naam, emailadres en functie of bedrijf. Over het algemeen vindt jouw doelgroep dat prima en jij kunt met deze gegevens een gekwalificeerde database uitbouwen. Bovendien kun je beter meten wat je succesfactor is.

Meer lezen over het maken van een whitepaper, lees eens Writing whitepapers van Michael Stelzner of volg de webinars van spotONvision. Regelmatig organiseren wij webinars over B2B marketing en content marketing staat daarin centraal. Ook schrijven wij regelmatig B2B teksten en whitepapers voor klanten. Je hebt ten slotte niet altijd genoeg tijd om zelf een professionele whitepaper in elkaar te zetten.

Kortom, er zou geen reden meer hoeven te zijn om niet te starten met whitepapers in je marketingmix.

dinsdag 18 mei 2010

Wehkamp geeft klant die bij de concurrent staan korting via een mobiele ap

Wehkamp geeft klant die bij de concurrent staan korting via een mobiele app. "Een goede manier om reuring te creëren."

MT vraagt internetmanager Alexander van Slooten of deze lokale lokkertjes legaal zijn, de concurrent is er immers niet blij mee. En de vraag is ook of het geïnvesteerde geld wel wordt terugverdiend.

Is dit vooral een slimme marketingactie of willen jullie echt meer omzet?
“Primair is het bedoeld als marketingactie. We willen de klant overhalen om een voor ons relatief nieuw afzetkanaal als de mobiele telefoon te gebruiken. Dat kan heel plat, door simpelweg 10 procent korting te geven bij gebruik van de mobiele telefoon. Wij hebben naar een meer ludieke uitwerking gezocht, waarbij we de korting hebben gekoppeld aan de locatie waar de klant zich bevindt. Het is iets ondeugender, want de locaties zijn winkels van concurrerende ketens. Daardoor is de actie ook breed opgepikt, het is dus ook een goede manier gebleken om meer reuring rond ons merk te creëren.”

Hoe werkt het precies?
“Klanten krijgen 10 procent korting als ze op een van de 5.500 geselecteerde locaties met hun mobiele telefoon een product bestellen bij Wehkamp.nl. Hiervoor hebben we een applicatie ontwikkeld waarvoor we adressen en gps-posities van allerlei winkels hebben achterhaald. De actie geldt in eerste instantie alleen tijdens onze korting4daagse, maar we gaan de methode vaker gebruiken om mensen op ons mobiele kanaal te wijzen.”

Advertorial
Iedere dag gratis, relevante en actuele informatie in uw inbox ontvangen? Meld u aan voor de MT Nieuwsbrief.

Klik hier voor een gratis abonnement. »
Wat zijn de kosten van deze applicatie voor jullie?
“De communicatie gaat mee in de standaarduitingen, er zijn dus geen additionele reclamekosten. De applicatie zelf kostte ons minder dan een gemiddelde Wehkamp- bannercampagne. De investering is al met al dus minimaal.”

Geeft deze actie een nieuwe dimensie aan het fenomeen concurreren?
“In ieder geval biedt het veel mogelijkheden voor marketeers. Het mobiele kanaal groeit hard, wij moeten onze targets steeds positief bijstellen. De applicatie zal zeker voor een sales impuls zorgen, maar daar is het ons niet direct om te doen. We willen blijven innoveren en op die manier een voorsprong houden op de concurrentie. Veel partijen wachten de ontwikkelingen af rond mobiele telefonie, ze redeneren nieuwe ontwikkelingen dood en zijn bang tegen barrières aan te lopen. Ook wij zullen niet tegen elke prijs meedoen, maar willen wel blijven leren en gaan zeker niet afwachten wat de rest doet. Zo denken we inmiddels ook na over toepassingen rond de iPad.”

Lees ook het boek: Concurrentie strategie

maandag 19 april 2010

Google meet brandingeffect display-advertenties

Google meet brandingeffect display-advertenties


Google introduceert Google Campaign Insites, een meetinstrument dat de branding-impact van display-advertenties kan meten. Mascha Driessen, head of Youtube en display bij Google Nederland, legt uit.

De tool moet volgens Google efficiënter adverteren mogelijk maken, net als bij search. Driessen: ‘De nieuwe tool past goed in Google’s display strategie “bringing the science of search to the art of display”. Ik verwacht dan ook dat veel grote adverteerders op het Google content network naar ons toekomen voor een analyse van hun campagne.’

Driessen: ‘Display meten kan via standaard engagementtools, zoals meten van kliks, views, interactie, en het meten van conversies. Nu kunnen we echter ook meten of de exposure heeft geresulteerd in substantieel hoger websitebezoek of zoekopdrachten.’ Het meetinstrument sluit volgens Driessen ook de effecten van andere mediumtypen uit, om uiteindelijk de effecten van de alleen de displaycampagne in kaart te kunnen brengen. ‘We vergelijken twee anonieme groepen. De eerste groep is een controlegroep die de ad niet ziet, de tweede groep ziet de ad wel.’

Voor een juiste uitslag is een minimum van 50 miljoen views nodig, verspreid over maximaal 3 maanden. ‘Dat maakt de steekproef tienmaal groter dan bestaande standaard consumentenpanels.’

Google onderzoekt voor, tijdens en na de campagne. Na de nulmeting worden de twee groepen vergeleken op het verschil tussen websitebezoek en searches. ‘Het verschil toont direct het toegevoegde effect van display aan. Dat komt omdat de steekproef zo groot is. En zo vlak je ook het effect van externe ruis (waaronder offline) uit. Die ruis is bij beide groepen als het goed is gelijk. Het enige verschil tussen beiden is het al dan niet blootgesteld zijn aan de campagne.’

De testen vonden plaats in de Verenigde Staten en in Groot-Brittannië. Vandaag wordt de dienst uitgerold in Nederland, Frankrijk en Duitsland. De markt is een stuk groter in de testlanden, zijn dezelfde resultaten hier haalbaar? ‘We hebben inderdaad in grote landen getest in verband met de schaalgrootte, onder andere. Maar de dienst gaat ook in Nederland zeker werken.’

De dienst is gratis, maar wordt nog intern aangeboden. Driessen: ‘In de toekomst komt de dienst wellicht beschikbaar in AdWords.’ Hoe komt Google aan de data? ‘Die wordt opt-in verkregen, via de gebruikers van de Google toolbar(pagerank, sitewiki).’

vrijdag 26 maart 2010

Nederland hoog op IT-ranglijst

GENEVE - Nederland scoort hoog als het gaat om het gebruik van informatietechnologie in de samenleving. Op een internationale ranglijst staat ons land negende, voor Duitsland en China.

De ranglijst werd donderdag gepubliceerd door het World Economic Forum. Het onderzoek is samen met het vermaarde Franse opleidingsinstituut INSEAD verricht.
Daarbij is gekeken naar de bereidheid om IT te gebruiken, of de meest gevanceerde technologie veel wordt ingezet en wat de zakelijke, wettelijke en infrastructurele mogelijkheden zijn voor IT om te floreren.

Nederland stond vorig jaar ook al negende op de lijst van 133 landen. Koploper is Zweden, gevolgd door Singapore en Denemarken. De Verenigde Staten zakten van de derde naar de vijfde plaats. Duitsland steeg van plek twintig naar veertien. China

donderdag 4 februari 2010

Draadloos internet in Mercedes-Benz

Uitgegeven: 4 februari 2010 17:33
Laatst gewijzigd: 4 februari 2010 17:33
Mercedes-Benz heeft iets nieuws: InCar Hotspot. Met deze voorziening is het mogelijk om in een rijdende auto een snelle en stabiele internetverbinding te hebben.


© Autoweek
InCar Hotspot ondersteunt alle apparaten met een WLAN-aansluiting, bijvoorbeeld mobiele telefoons en mp3-spelers.
Door het systeem kunnen alle inzittenden gebruikmaken van hun eigen apparatuur, en is het gebruik van aparte elektronica met kleinere displays overbodig. Er kunnen maximaal drie apparaten op InCar Hotspot worden aangesloten.

De configuratie begint met het invoeren van een geschikte SIM-kaart. De verbinding wordt verzorgd door snelle en stabiele HSPDA/UMTS- of GPS/GPRS/EDGE-signalen.
De voorziening komt in de eerste instantie beschikbaar

dinsdag 2 februari 2010

Merkkleding maakt vrouwen slimmer

di 02 feb 2010, 16:07
Merkkleding maakt vrouwen slimmer

AMSTERDAM - Vrouwen worden slimmer door het dragen van merkkleding. Niet alleen krijgen vooral de materialistisch ingestelde vrouwen meer zelfvertrouwen ook nemen hun cognitieve capaciteiten toe. Dit blijkt uit een onderzoek van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Tachtig vrouwen kregen voor het experiment een zwart colbert aan. De ene helft van de vrouwen kreeg te horen dat het jasje van een bekende designer was, de andere helft werd verteld dat het om een jasje van de markt ging.

Zelfbeeld
De personen die dachten dat ze een merkcolbert droegen, gaven aan meer zelfvertrouwen te hebben en waren ook beter in het beantwoorden van een vragenlijst met taalkundige, logische en wiskundige problemen.Bij de merkbewuste vrouwen was het verschil in score veel groter dan bij vrouwen die niet zoveel geven hebben met merken. De wetenschappers denken dat het gebruik van merken het zelfbeeld en gedrag van mensen kan beïnvloeden en zelfs invloed heeft op hun cognitieve vermogens.

Belangrijke vergaderingen
Volgens de onderzoekers is het dus vooral handig om als merkbewuste vrouw op je best gekleed te gaan naar veeleisende situaties als examens, sollicitatiegesprekken of belangrijke vergaderingen.

dinsdag 26 januari 2010

Media-industrie lonkt naar Liquavista

Uitgegeven: 22 januari 2010 15:37
Laatst gewijzigd: 22 januari 2010 18:29
AMSTERDAM - De Nederlandse schermenmaker Liquavista timmert hard aan de weg. "De media-industrie is zeer geïnteresseerd in onze techniek."


Nog geen klanten, maar vol ambitie. Dat is de sfeer in Eindhoven, waar in een laboratorium schermen worden gefabriceerd die gebaseerd zijn op 'electrowetting'. De techniek, die werd ontdekt en gepatenteerd door Philips, lijkt op gangbare lcd-techniek. Maar omdat er geen licht wordt uitgestraald is het veel zuiniger.
Nadat Liquavista in 2006 een zelfstandig bedrijf werd, verkocht Philips in 2008 zijn aandelen aan Prime Technology, een Nederlandse investeringsmaatschappij. Momenteel werken 40 ontwikkelaars uit alle windstreken aan het perfectioneren van de techniek en het afleveren van demonstratiemodellen. Het bedrijf richt zich nog vooral op ereader-gebied, maar hoopt ook mobiele telefoons en andere elektronica van zijn schermtechniek te kunnen gaan voorzien.
CES
Op de Consumer and Electronics Show (CES) in Las Vegas eerder deze maand toonde het bedrijf hoever het is. Met een aanraakscherm dat - in kleur - video's kan tonen onderscheidde bedrijf zich van de ongeveer 60 andere gepresenteerde ereaders die gebruik maken van de zwart-wit-techniek E-ink, waaronder ook die van de Nederlandse bedrijven iRex en Bebook.
De markt voor e-readers is 'booming', zegt directeur Guy Demuynck, maar een hoop van die fabrikanten 'gaat het niet halen'. "E-readers gaan steeds meer functies integreren", vult oprichter Johan Feenstra hem aan. Uitgevers verwachten volgens hem een interactief apparaat waarbij naast video's ook advertenties goed tot hun recht komen in hun oorspronkelijke kleur.
Demuynck: "De huidige generatie ereaders is alleen geschikt voor het passief lezen van boeken."
Demonstratievideo van het bedrijf, met links een 'traditionele' ereader van Sony.

Verdienen
Liquavista is niet van plan zelf miljoenen schermen te gaan produceren. Het geld moet verdiend worden door het licenseren van de techniek. Daarom praat het bedrijf met alle betrokken partijen in de ereaderindustrie, van hardwarefabrikanten tot uitgevers.
Een belangrijk verkoopargument voor potentiële afnemers is dat electrowetting, lcd 2.0 zoals Feenstra het noemt, veel gemeen heeft met lcd-techniek. "LCD-fabrikanten kunnen negentig procent van hun apparatuur hergebruiken, er hoeft maar een machine toegevoegd te worden om een electrowettingscherm te kunnen produceren."
Een aantal van die partijen lijkt al te geloven in het concept. Technologiebedrijf Applied Materials investeerde samen met drie andere investeerders miljoenen euro's in het bedrijf.
Texas Instruments
En sinds kort wordt er samengewerkt met chipmaker Texas Instruments. Beide bedrijven leveren de 'harde kern' van een e-reader, die daarna door een andere producent verder vorm kan worden gegeven. Dankzij een samenwerking met de uitgever van digitale tijdschriften Zinio kon Liquavista tijdens de CES onder meer pronken met een digitale versie van het zakenblad BusinessWeek.
Naast Zinio overlegt Liquavista met Skiff, een digitaal platform van de Amerikaanse uitgever Hearst. Ook Amazon, dat in de VS hoge ogen gooit met de ereader Kindle, toonde interesse tijdens de CES. "Wij zouden het scherm van de Kindle van onze techniek kunnen gaan voorzien," zegt Demuynck.
Mainstream
Het bedrijf houdt er rekening mee dat de markt voor ereaders binnen tien jaar zal groeien naar 10 miljard dollar. "Wij willen uiteindelijk dé mainstream-schermtechniek worden", zegt een ambitieuze Feenstra.
Maar dan moet nog wel het eerste productiemodel met electrowetting-techniek het daglicht zien. In het voorjaar van 2011 is het hopelijk zover. Welke fabrikant of uitgever dan met de eerste Liquavista-e-reader op de proppen komt, houdt het bedrijf nog even geheim.
© NUzakelijk/Maarten Keswiel

maandag 18 januari 2010

Sterke opmars mobiele applicaties

Uitgegeven: 18 januari 2010 15:06
Laatst gewijzigd: 18 januari 2010 15:18
AMSTERDAM - Mobiele applicaties maken een sterke groei door, zo becijfert onderzoeksbureau Gartner.

Volgens onderzoeksbureau Gartner geven consumenten dit jaar wereldwijd 6,2 miljard dollar, oftewel 4,3 miljard euro, uit in zogenoemde app stores, webwinkels waar programma's gekocht en gedownload kunnen worden voor mobiele telefoons.
In totaal zullen mensen in 2010 naar verwachting 4,5 miljard van dergelijke toepassingen downloaden, vorig jaar was dit nog 2,5 miljard.Tegen 2013 passeert het aantal apps de 21,6 miljard. Van alle gedownloade programma's is nu nog ongeveer 82 procent gratis, in 2013 zal 87 procent kosteloos te verkrijgen zijn.

Omzet
De app stores, zoals die van Apple, Nokia en Vodafone, waren vorig jaar goed voor een gezamenlijke omzet van ruim 4,2 miljard dollar (2,9 miljard euro).
Aan het eind van 2013 zal dit naar verwachting 29,5 miljard dollar, zo'n 20,5 miljard euro, bedragen. De omzet is zowel afkomstig van betaalde applicaties als van gratis toepassingen die bijvoorbeeld met behulp van advertenties geld weten te genereren.

Spelletjes
Spelletjes zijn het meest in trek, gevolgd door applicaties voor mobiel winkelen en sociale netwerken. "Smartphones worden steeds populairder en consumenten experimenteren graag met allerlei verschillende programma's", zegt Stephanie Baghdassarian van Gartner.
Volgens de onderzoekers zullen app stores in 2010 een van de kernactiviteiten van de mobiele sector vormen. "De toepassingen zelf zullen helpen bepalen welke app store straks als winnaar uit de bus komt", denkt Baghdassarian.

donderdag 14 januari 2010

7 Can’t Miss B2B Marketing Webinars

7 Can’t Miss B2B Marketing Webinars
by on 11 January, 2010 - 21:35


Guest Post by: Maria Pergolino

When it comes to maximizing the ROI of B2B marketing efforts, knowledge is power. Learn to improve demand generation, amplify lead nurturing and more with help from these 7 can’t miss B2B marketing Webinars.